Me! op donderdag

Eigenlijk had hier vandaag een artikeltje moeten staan over CSS en HTML. Dat was klaar en stond gereed voor publicatie, maar het bevalt me niet. Ik kom mijn ei niet kwijt. Er is te veel gepland en geregeld. De maandag,woensdag,donderdag,vrijdag en zaterdag zijn al gerubriceerd. Daar komt toch verandering in. Ik maak voldoende mee om meerdere dagen te kunnen vertellen en sommige vaste bezoekers zitten niet te wachten op lange verhalen die ze toch niet intresseren. Na verscheidene gesprekken de afgelopen week kom ik toch terug op bepaalde zaken. Rubrieken zijn handig, ze werken ontlastend (nee, niet die ontlasting, die stinkt), maar zijn voor velen niet echt leuk. Ik heb ervoor gekozen om de donderdag maar weer voor mezelf te nemen. Ofwel voorlopig even geen CSS of HTML maar Me!. Ofwel u komt mij weer vaker tegen hier. Zullen we het maar zo samenvatten, ik was even van de leg af, of was het spoor bijster. Weet u overigens waar het spreekwoord mosterd na de maaltijd vandaan komt… Niet wat het betekent, maar waarom het dat betekend. En dat vindt u overigens eens niet in de WIKI.
Trouwens, ik heb gisteren mijn diploma VCA gekregen, dat geldt 10 jaar, en ik weet zeker dat ik dat niet meer opnieuw hoef te doen. Dit ter info voor enige van mijn collega’s die het papiertje nog niet hebben. Maar nu genoeg voor vandaag, het is al chaotisch genoeg en straks weet u niet meer wat de vraag was of het antwoord is.

Normaal plaats ik geen YouTube filmpjes, maar deze song van Canned Heat, on the road again (1968), speelt al de hele week in mijn hoofd en raak ik niet kwijt. Wellicht steekt het aan…


Vergeten – by Frank

Nee mijn geheugen laat me nog niet in de steek, al willen sommige van mijn collega’s, me daar af en toe wel aan helpen herinneren. En de voornaam van Alzheimer weet ik ook nog. Waar het over gaat zijn al die dingen die we tegenwoordig niet meer zien. Bekend voorbeeld hier is de grammofoonplaat, dat klinkt nog niet vergeten, want de meesten onder ons kennen hem nog wel, maar je ziet ze al bijna niet meer. Op dit moment zien we nog even een revival van de grammofoonspeler (wij noemden dat vroeger de pick-up). Tegenwoordig keurig voorzien van een USB aansluiting, inclusief software om er mp3’s van te maken. Maar ik denk dat deze ontwikkeling de grammofoonplaat definitief de nek om zal draaien, zodra alles gedigitaliseerd is. En zelfs de CD’s zijn ook al langzaam aan weer aan het verdwijnen. Op fotografisch gebied is er in de loop der jaren, ook al heel wat verdwenen. Veel mensen zeggen nog wel "och ja" als je iets noemt, maar inmiddels zijn hele generaties opgegroeit die het allemaal niet meer kennen.

Denk maar aan de Instamatic-camera, de Polaroid-camera, de pocketcamera, De eigenlijk nog "jonge" APS-film. Het flitslampje, wie kent nog het flitslampje?

Toen de mens zo rond 1825 begon te fotograferen (ja zolang al!). Had men al gauw de behoefte aan meer licht. Het filmmateriaal was niet zo gevoelig. De allereerste foto heeft als ik het me goed herinner een belichtingstijd gehad van 8 uur. Jaren later nog, bij bijvoorbeeld portretsessies, moest het model minuten lang stilzitten. Men had zelfs speciale beugels, om het hoofd op de zelfde plaats te houden. Rond 1900 ontdekte men dat magnesium heel snel en met een heel heldere vlam ontbrande. Daarmee werd het flitslicht geboren. Het magnesium werd met een lont of later ook elektrisch ontstoken. Op oude films (die zie je tegenwoordig ook nog maar zelden op tv) zie je deze vorm van flitsen nog wel eens. Vaak met veel teveel magnesium zodat alles ineens zwart geblakerd wordt. Dat was humor. Zo rond 1930 werd het flitslampje uitgevonden. Het was veel veiliger dan dat brandende magnesiumpoeder. In de flitslamp zat een hele kluwen magnesium draade (zie foto hier onder) en zuurstof.



Als er stroom op de draad kwam verbrandde die onmiddelijk, in een felle flits van enkele miliseconden. Het doorzichtige hulsje was na de flits meestal voor een deel gesmolten. Zo heet werd dat. Een groot nadeel was dat het lampje maar een keer gebruikt kon worden. Er zijn wel uitvindingen geweest waarmee je 4 keer of 10 keer kon flitsen, maar dat waren eigenlijk even zoveel afzonderlijke lampjes.




Eind 70er begin 80er jaren is het flitslampje langzaam aan verdwenen. De elektronenflitser kwam er voor in de plaats. Die was er wel al langer, maar het was in het begin een erg duur apparaat. Ik heb er vroeger ook nog een hele tijd voor moeten sparen. Tegenwoordig heeft iedere camera wel een ingebouwde elektronenflitser. Voor de wat meer eisende fotograaf bestaat nog steeds de losse elektronenflitser.

De foto’s bij dit verhaal zijn allemaal van spullen die ik in mijn verzameling fotografica heb.








En om ook niet te vergeten, volgt hieronder nog een vertaling voor flitslampjes:
Duits: Blitzlempchen
Engels: flashbulb
Frans: Ampoule de flash
Italiaans: lampada flash
Spaans: lempara de destello
Zweeds: fotoblixt

Ik vind de Zweedse wel heel toepasselijk klinken als je het uitspreekt.

Funny (nog 4 te gaan) – Tanken

Afgelopen zondag moest ik even gaan tanken, dat moet met een grote auto iets vaker dan met een kleine, dus dat is niet zo spannend. Meestal tank ik dan bij de Makro, dat is hier in de buurt het goedkoopste. Ik had net wat glaswerk en dozen weggedaan en dat was de redding van twee oude dametjes die ook wilde tanken. De bestuurster stond met de bankpas van haar, ik denk zuster, in de handen te kijken waar dat pasje in moest en ik zag dat ze dat in de gleuf stopte waar normaal het bonnetje uitkomt. Mis dus en niet meer eruit te krijgen. Gelukkig had ik het stanleymes bij me waarmee ik de dozen kapot had gemaakt en na wat gepruts had ik dat pasje er uiteindelijk toch uit. Vervolgens heb ik verteld hoe het wel moest. Even later zie ik dat het lukt, ze heeft de slang in de handen en ziet dan dat de dop er nog op zit. Terug slang. Dop eraf en slang erin. Alleen dan doet ie het niet meer. Hulpeloos stond ze te kijken, en ik heb haar de hele procedure nog eens uitgelegd totdat de eerste straal in de tank liep. Ik kon niet meer, ik had de tranen in mijn ogen staan en ben snel weggereden. Vooral het gezicht van de andere zuster, als een donderwolk, want het was haar pasje… De foto van een van onze orchideeen is zondag gemaakt toen even het zonnetje scheen. Er op klikken geeft een groter uitvoering.


Limburg in beeld – Termaar en Ransdaal




Vanuit Klimmen lopen we langs de kerk richting Ransdaal. Het eerste gehucht wat we tegenkomen heet Termaar. Nee, gehucht mag ik niet zeggen, het is een dorp geworden. Een gehucht heeft maar een paar huizen en een lintbebouwing. En dat is hier duidelijk niet het geval. De boerderij hierboven is het eerste huis wat we tegenkomen. We vervolgen onze weg naar het station Klimmen-Ransdaal en kijken onze ogen uit naar de vele in kunradersteen opgetrokken huizen.



Het station is een juweeltje en hoeven ze voor mij niet te vervangen door zo’n nieuwerwets ding. Ransdaal is tegenwoordig gemeente Voerendaal, waardoor Voerendaal twee stations heeft. De naam zal wel altijd station Klimmen-Ransdaal blijven. We lopen bergaf en komen in Ransdaal uit. Bij het Auwershoes gaan we linksaf richting kerk. Als we ons omdraaien zien we de onderstaande foto. De geelachtige stenen in deze boerderij zijn z.g. Kunraderstenen. waarover een andere keer meer. Ook de kerk is hier mee gebouwd (alle foto’s zijn uiteraard aanklikbaar). En goh, ik had het over iets heel anders willen hebben vandaag, maar dat komt nog.




Serendips

Geen terugblikken meer hier, geen keek op de afgelopen week, daar doen we niet meer aan. De zondag wordt van Me!. Terug in de tijd kunnen we niet, hooguit er van leren, dus waarom achterom kijken. Vandaag ontmoet ik twee legendarische goerroe’s in weblogland en ver daar buiten Ze hebben al jaren een zelfgebouwde site en splitsen de taken, hij bouwt de site en zij gebruikt hem…(oeps!). Een twee-eenheid in weblogland, ofwel I&R van Serendips. Ze komen bij ons vanuit Luxemburg via Apeldoorn dan weer terug naar Luxemburg via Hoensbroek. Ten minste als er geen bomen en zo op de weg liggen. We kennen elkaar eigenlijk al jaren en maken eindelijk eens in het echt kennis met elkaar. En wat ons samen brengt delen we een andere keer mee. Dat heeft o.a. te maken met wat hij, R mee neemt…(haha, nee, iets anders dan I dus).


Auto's in de film – Peugeot 403 (1955 to 1966)



Mike bracht me op het idee. Niet alleen vergeten auto’s komen hier aan bod op autozaterdag, maar ook filmauto’s en uitzonderlijke auto’s. De auto waar het vandaag om gaat is een Peugeot 403 Cabriolet uit 1959.
U leest: een excentrieke inspecteur, een domme, luie hond, altijd een sigaar in zijn mond, altijd dezelfde gore regenjas, en het figuur wat de indruk wekt van een dakloze als je hem tegen zou komen. Juist ja Columbo gespeeld door Peter Falk. Geen reclame voor deze auto, want met het imago uit de film zou niemand die auto nog kopen. Het was echter een zeer betrouwbare auto die tussen 1955 en 1966 gebouwd werd. De opvolger was de woestijn en taxireus de Peugeot 404. Maar goed, na de productiestop werd de serie pas gemaakt en alle modellen waren dus al verkocht. Vreemd is dat er maar zo weinig van dit model bekend is.


Flying – P38 Lightning



Gisteren was eigenlijk mijn hobbydag, maar niks hoor, het werk ging voor en ik was te laat thuis om daar nog echt zin in te hebben. Dat moet ik dus vanvond even inhalen. Een beetje afwisseling erin brengen moet kunnen. Helaas gaat daardoor wel mijn logje de mist in. Ik mis wat foto’s en beschrijvingen van de afbouw van de freestafel en de electronica. U houdt dit logje uiteraard te goed. Om het goed te maken een van de modellen die afgelopen week omhoog gingen. Het model, een P38 Lightning vind ik een van de mooiste vliegtuigen. Het vloog miserabel, maar was ondanks dat toch zeer succesvol. Het onderstaande model vliegt echt bij onze club en is helaas niet van mij. Hier ben je met een paar tientjes niet klaar. Als dit tegen de grond gaat praat je over enkele honderden euro’s. Daar moet ik nog lang voor sparen. Overigens vliegt het model op de foto wel redelijk goed. Kijk eens naar mijn auto op de achtergrond en u heeft een idee hoe groot dit toestel echt is.