woë zint ze gebliëve, mieng koele en kuulkes?
de Reddingsbrigade
Iedereen denk bij een steenkoolmijn aan ondergroedse koempels die de kolen uit de grond haalden, dat was dan ook de core-buisiness van de Nederlandse mijnen. Maar we vergeten dat het ook plaatselijke dorpen waren met een heel deel eigen voorzieningen, zoals een eigen politie, brandweer, verbandkamer en ook een eigen reddingsbrigade voor calamiteiten boven- en ondergronds. De leden hiervan werden geselecteerd uit ervaren koempels van max 45 jaar. Primair was een uitstekende gezondheid en ervaring. Uiteraard moest er ook geoefend worden, zoals hier in de rookkamer in 1949, maar ook ondergronds onder diverse omstandigheden. Men maakte gebruik van een speciaal Draeger reddingstoestel BG, model 160A, waarmee men 2 á 3 uur ondergronds kon blijven. Het toestel woog zo rond de twintig kilo met alles erop en eraan. De ploegen van de reddingsbrigades van de diverse staatsmijnen bestonden uit 6 koempels en een ploegcommandant.
Reddingsbrigade naar rookkamer 1949

bVision.nl een Parkstad Limburg blog











