
Het is dat we niet afhankelijk waren van het weer, anders was ons uitstapje naar Den Haag en Scheveningen compleet in het water gevallen. Primair gingen we voor een bezoek aan onze nationale trots, het Louwman Museum. Verplaatst van Raamsdonkveer naar Den Haag in een beter aangepaste omgeving komt het nationale automobiel museum beter tot zijn recht. En eerlijk is eerlijk, het is echt de moeite waard om daar eens te gaan kijken als je geïnteresseerd bent in auto’s. De reis er naartoe verliep uitstekend, filevrij en het weer was prima. Op het drie verdiepingen tellende gebouw is van alles te zien. Van de Spijker tot Dodge, voor ingewijden. Helaas is niet alles mooi te fotograferen zonder de juiste hulpmiddelen zoals statief en een lichtinstallatie, alles is er vrij donker, waarschijnlijk om deze vele meer dan 100 jaar oude modellen te behouden. U kunt de komende tijd hier dus wel af en toe een modelletje verwachten wat ik daar gefotografeerd heb. Alleen vraag ik me af wat met het Dudok tankstation gebeurd is wat in Raamsdonkveer stond. De suppoosten in het museum konden me daar geen informatie over geven, wisten niet eens waar het over ging, wat een stelletje Blödhammelen. Na afloop hadden we geen zin in een veel te dure omelet op het museumplein, dan maar even naar Scheveningen.

Maar oh, wat een schrik, het goot toen we naar buiten wilden. Een beetje Limburger kan wel tegen een buitje dus toch maar naar Scheveningen, de pier op. Daar hebben we heerlijk in een stormachtige omgeving gegeten op de pier bij van der Valk. Goh, niet duurder dan bij La Place van V&D, Maar wel inclusief bediening en perfect geserveerd. Chapeau en dat bij die ambiance. En wij dachten dat we poepie duur uit zouden zijn. De sfeerfoto van het bootje geeft precies aan hoe het was. Het bootje was met het blote oog bijna niet te zien, maar daar hebben we fotoshop voor… Klik maar eens op de foto’s dan zien ze er stukken beter uit. De terugreis was echter desastreus, vier en een half uur over 228 km….Maar het was het waard.
