
Wat we vaak vergeten is de ontwikkeling van onze Voitures, om het maar eens in het Frans uit te drukken. Vroeger had iedereen de luxe dat alles tot aan de deur werd gebracht. De melkman, de bakker en de groenteboer kwamen iedere dag langs met verse waar, en daarnaast bracht de kruidenier de boodschappen thuis en als laatste was daar dan nog de ijscoman die langs de deur kwam. Alleen de rijken hadden zelf een auto. Zelf had ik de luxe dat ik in mijn vrije tijd mee mocht rijden met de kruidenier. Zo had hij gezelschap en ik mocht in een echte auto zitten. Het enige nadeel was dat die boodschappen ook in die doos moesten zitten, en die werden dus voor de rit gevuld. Koelingen zaten er destijds niet in, en alles was vers en kon wel een stootje hebben. Waarschijnlijk stamt uit die tijd mijn voorliefde voor auto’s.

Kampioenen in die tijd op het gebied van speciale auto’s waren de Amerikanen met hun voor iedere doelgroep gebouwde auto. Als voorbeeld staat hier de enige echte broodwagen op de foto. Deze wagens waren uiterst herkenbaar om snel te kunnen leveren in de straat, er zat geen enkele luxe in en de broodbezorger zat op een fietszadel om snel in en uit te kunnen stappen. De wagens werden onderhouden totdat ze uit elkaar vielen. De marges waren te klein om af en toe een nieuwe te kopen. Er zijn er dan ook nog maar weinig van over gebleven. foto’s: Hyman ltd












