We hebben ons gisteren wel in het nieuws gewaagd met enkele spectaculaire ongelukken. Normaliter gaan we in de ochtend naar Roermond op onze vrije dag, maar nu was daar gelukkig iets tussengekomen. Volgens mij was ik Roermond niet meer uitgekomen. Alle autowegen waren afgesloten in de buurt en daar waar we normaal langskomen hing een wolk zoutzuur gas. Ofwel Zuid Limburg was een hele dag lang bijna onbereikbaar. Alleen via Duitsland of België was nog een optie. We zijn maar lekker naar Maastricht gegaan en hebben niet eens de intentie gehad om voor ramptoerist te gaan spelen. En wonder boven wonder was het in en rondom Maastricht rustig. Logisch uiteraard, want er was geen doorgaand verkeer over de A2. En dan te bedenken dat er nog mensen zijn die dan toch maar anderhalf uur in de file gaan staan terwijl in Maastricht al borden stonden die iedereen adviseerde om dat vooral niet te doen maar via Heerlen en Aken naar het noorden te gaan…
Ondernemen – door Frank
Nu ik die zonnepanelen op mijn dak heb, ben ik volgens de Nederlandse wet ook ondernemer, want ik produceer immers stroom en lever dat soms ook terug aan derden, in dit geval onze stroomboer. Ik heb een BTW nummer gekregen en daarbij de verplichting om ieder kwartaal aangifte te doen. Daar heb ik wel weer ontheffing voor aangevraagd, omdat het eigenlijk zeker is dat ik nooit meer dan 1345 euro aan BTW zou moeten afdragen. En dan hoef je weer geen BTW af te dragen. De BTW die ik betaald heb op de zonnepanelen kan ik wel weer terug vragen. Dat kan pas sinds half 2013, daar voor niet want daar moest eerst weer een Europese rechter aan te pas komen. Ik vermoed dat dit niet de bedoeling is geweest van Rutte en Co., maar dan moeten ze van burgers die een beetje groen willen doen maar geen ondernemers willen maken. De BTW die je terug krijgt is volgens mij ook veel hoger dan de subsidie die je vroeger soms kon krijgen. En levert de onderneming nou nog wat op? Met dit weer vooralsnog niet zoveel, en rijk worden zit er ook niet in, kijk hier onder maar naar de opbrengst van de afgelopen 2 weken:

Van lief en leed naar lean and mean
Wat is nou het verschil in werken tussen vroeger en nu. Daar begon het mee. Vroeger waren we vrienden onder elkaar, echte koempels die elkaar de rug wasten omdat je zo vuil was dat je zelf niet zag of je wel schoon was. Tegenwoordig moet het werk lean zijn, en later lean en mean zijn. Lean vindt je in de werkwijze bij Toyota. Met zijn allen ervoor zorgen dat Toyota de beste autofabrikant ter wereld zou worden. Dat ook de auto’s zouden rijden als de naaimachines snorden. Dat kun je ook lezen in het boek “The Toyota way”. Lean is hier echt lenig of slank, maar niet ten koste van het personeel, maar met datzelfde personeel. Lean en mean, de westerse variant is daarentegen de slechte manier. Dat is niet lenig en slank, maar dat is afslanken en gemeen. Bij het laatste vallen uiteindelijk ook de koppen van de personeelsleden. Lean had hier ook moeten zijn hoe kunnen wij met zijn allen ervoor zorgen dat we een beter product kunnen maken, tegen minder kosten, met meerwaarde voor onze klanten en niet meer doen wat mogelijk is, maar wat hiervoor noodzakelijk is. Zo creëer je een betere werkomgeving met waarde voor je werk, met minder kosten en tevreden klanten en hopelijk een baan voor het leven. Maar helaas, ik heb het niet voor het zeggen, mijn visie hierin is dat het werken vroeger beter was geregeld voor de werkende mens en met visie voor de toekomst, en nu beter voor de baas zijn beurs, die op korte termijn veel wil verdienen.
Het jaar van de mijnen (2)
De oude mijnstreek (vervolg)
Vanaf ca 1500 was het bijna niet meer mogelijk om vanuit de dalwanden van het riviertje de Worm uit horizontale gangen kolen te winnen en begon men in het wormdal primitieve schachten te graven. Dat kon niet meer alleen, want schachten graven en het naar boven brengen van leem en kolen was een gevaarlijke bezigheid ofwel vrouwen en kinderen moesten ook aan de slag, en ja, in die tijd was het normaal dat kinderen meehielpen. En zoals vroeger het water uit waterputten werd gehaald deed men dit hier met emmers die onder in de schachten gevuld werden met leem en steen, totdat men op een kolengang stuitte, dan werd er pas verdiend en kon men kolen naar buiten halen.
Deze schachten bereikten soms een diepte van wel 40 meter. Met ladders of met touwen ging men in en uit de schacht. Het Wormdal werd langzaam aan een ware gatenkaas met honderden kleine schachten. Het land van Rode waar dit plaatsvond, was overigens niet alleen het Nederlandse deel. Het bestond destijds uit Herzogenrath (Dtslnd) en de streek rondom Kerkrade (Rolduc). Limburg bestond nog niet als zodanig, we zijn hier de lintworm van Nederland.
Maar ook aan deze periode kwam uiteraard een einde. De katholieke kerk wilde een vinger in de pap, maar daarover in een volgende aflevering meer.

literatuur:
De verdwenen Limburgse Mijnen (Ingeborg Wind).
De mijnen gingen open, de mijnen gingen dicht (Bert Breij).
Een blokkendoos in Hobrede
Het trafo huisje van deze week kunt u aantreffen in het dorpje Hobrede. Het huisje is op de foto gezet door Jeanne, van Sjannesblog. Het huisje is oorspronkelijk gebouwd in 1948 en is destijds gebouwd door het Provinciaal Electriciteitsbedrijf van Noord-Holland (P.E.N.). Later is het overgaan naar Nuon en nu wordt het beheerd door Liander. Het staat een beetje plomp naast een schitterende boerderij en wat nieuwere woningen. Bij wijzigingen aan dit huisje zijn er in 2009 grondboringen gedaan. Men had het vermoeden dat op het perceel mogelijk sporen van landbouw te vinden zouden zijn, zoals ploegsporen, afvalkuilen, waterputten, slootvullingen, gebruiksvoorwerpen en gereedschappen uit de middeleeuwen. Gezien de plaats zou dat kunnen, maar dan had men dat bij de bouw ook wel gevonden. (RAAP Archeologisch Adviesbureau heeft in augustus 2009 een bureauonderzoek uitgevoerd in verband met de voorgenomen sloop- en bouwwerkzaamheden aan de Hobrede 34 in de gemeente Zeevang). Maar het huisje staat nog… en ik mocht helaas het boorrapport niet downloaden. Trouwens, wie kent dit dorpje?.
Hobrede maakte deel uit van de heerlijkheid Oosthuizen, waartoe naast het dorp Oosthuizen ook Zuid-Schardam, Etersheim, Hobrede en het Verloren Einde van Kwadijk behoorden. Later werd dit de gemeente oosthuizen tot het in 1970 opging in de gemeente Zeevang. Hobrede ligt ten noorden van Purmerend, richting Oosthuizen.
De gemeente Zeevang, waarvan Hobrede nu deel uitmaakt, maakt deel uit van de plusregio Stadsregio Amsterdam en de Metropoolregio Amsterdam. De streek wordt ook wel onder de regio Waterland gerekend, al behoort het er van oorsprong niet bij.
Zeiknat
Het is al heel wat jaartjes geleden toen dit voorval plaatsvond. Samen met een collega stapte ik op de fiets om naar huis te rijden. Het weer was echt miserabel, het water viel als bakstenen uit de lucht, net als de laatste dagen. Gelukkig was het niet echt koud en met een flinke vaart erin reden we van Geleen richting Hoensbroek. Bij de spoorwegovergang bij Geleen Oost ging het fout, daar had zich een grote plas water aan de rand van de straat gevormd, ik schat een cm of 40 diep. Stapvoets moesten we daar doorheen en voorzichtig over het spoor. Dat was niet nodig voor een zware vrachtwagen, die zonder vaart te minderen daar doorheen reed. Het regende al hard maar het water wat deze chauffeur over ons heen kiepte benam alle zicht en we stonden als twee verzopen katten langs de kant van de weg. Ik keek naar mijn collega, hij keek naar mij, en even later stonden we daar onbedaarlijk te lachen. Natter konden we onmogelijk nog worden, dus wat maakte het verder nog uit. In Puth, bovenaan de berg waren we nog niet uitgelachen…
Volvo Amazone P221
Heb ik net een heel verhaal geschreven over de Volvo Amazon(e), loop ikzelf tegen de stationuitvoering aan. Deze stond geparkeerd bij de winkel en werkplaatsen van Piet Hein Eek in Eindhoven. Het regende pijpestelen, maar ik moest deze toch even kunnen afzetten tegen de sedan van de vorige week welke was ingestuurd door Jolie. Ook bij deze auto heb je het idee dat hij aan een grondige restauratie toe is. Even kaal maken en opnieuw spuiten, maar dat zal wel te simplistisch zijn.
In de staat waarin deze zich bevinden zijn ze ongeveer een 6000 euro waard. Helemaal opgeknapt is de sedan ca 20.000 euro waard en de station ca 16.000. Je mag er dus best wat aan vertimmeren.
De auto op de foto is van 1967 en heeft een typeplaat B18, wat dus inhoud dat er een 1780 cm³ motor is zit. De auto is wegenbelastingvrij.












